Opinie: Het wegenvignet is niet het probleem. Het ontbreken van een plan voor elektrische mobiliteit wel
Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben een politiek akkoord bereikt over de invoering van een digitaal wegenvignet. Vanaf mei 2027 zullen automobilisten jaarlijks tussen 90 en 100 euro1 betalen om gebruik te maken van de gewest- en autosnelwegen die over een recent voertuig beschikken. EV Belgium spreekt zich vandaag niet uit over het principe van zo'n wegenvignet. Dat ook buitenlandse weggebruikers bijdragen aan het onderhoud van onze infrastructuur, is op zichzelf een verdedigbare beleidskeuze. De fundamentele vraag is een andere: welk signaal wil de overheid hiermee geven over de mobiliteit van morgen? Voorlopig is dat signaal bijzonder onduidelijk.
De Vlaamse regering kondigt aan dat de kost van het wegenvignet grotendeels zal worden gecompenseerd via een hervorming van de verkeersbelasting. Voor heel wat bestuurders zal dat inderdaad zo zijn. Maar voor de ongeveer 350.000 eigenaars van een elektrische wagen die vóór 2026 werd ingeschreven, ligt dat anders. Zij betalen vandaag geen jaarlijkse verkeersbelasting. Er valt dus niets te compenseren.
Het resultaat is eenvoudig: voor hen betekent het wegenvignet een bijkomende kost van 90 euro per jaar.
Dat is het feit.
De vraag die overblijft, is waarom.
Als directeur van EV Belgium zie ik dagelijks hoe honderden bedrijven investeren in de transitie naar emissievrije mobiliteit en hoe meer dan een half miljoen Belgen die omslag vandaag al mee waarmaken. Juist daarom stel ik één eenvoudige vraag: waarom ontbreekt ook nu opnieuw een duidelijk beleidsmatig signaal voor wie al elektrisch rijdt?
Niet omdat elektrische voertuigen nooit zouden mogen bijdragen aan het onderhoud van onze wegen. Dat principe geldt voor iedereen.
Wel omdat dit opnieuw een voorbeeld lijkt van beleid waarbij elektrische mobiliteit pas op het einde van de oefening in beeld komt.
Nochtans vragen de klimaatdoelstellingen, de Europese regelgeving én de Belgische overheden zelf al jaren een versnelde elektrificatie van het wagenpark. Gezinnen investeerden in een elektrische wagen. Ondernemingen elektrificeerden hun vloot. Bedrijven investeerden miljarden in voertuigen, laadinfrastructuur, software en energiediensten.
Van diezelfde overheid mag dan worden verwacht dat nieuwe fiscale hervormingen minstens passen binnen een coherent langetermijnbeleid.
Dat betekent niet dat elektrische voertuigen permanent moeten worden vrijgesteld van belastingen. Het betekent wél dat nieuwe maatregelen voorspelbaar zijn en passen binnen de richting die de overheid zelf jarenlang heeft uitgezet.
Vandaag lijkt die samenhang te ontbreken.
Er is geen overgangsmaatregel. Geen specifieke investeringen in infrastructuur voor elektrisch rijden. Geen duidelijke motivatie waarom de groep die vandaag al mee de omslag heeft gemaakt, als enige geen enkele vorm van compensatie krijgt.
De grootste kost van deze hervorming is misschien niet de 90 euro. De grootste kost is opnieuw het signaal dat de overheid geen voorspelbaar langetermijnbeleid voert voor wie investeert in emissievrije mobiliteit. En zonder vertrouwen slaagt geen enkele transitie.
Daar komt nog bij dat het plan vandaag op verschillende cruciale punten onvolledig blijft.
De exacte hervorming van de verkeersbelasting moet nog worden uitgewerkt. De impact van het gewicht van elektrische voertuigen is nog niet duidelijk. Voor leasingmaatschappijen is tegenwoordig geen enkele compensatie voorzien. Wallonië en Brussel moeten hun eigen regelgeving nog publiceren. Voor burgers en ondernemingen blijft daardoor onduidelijk wat de uiteindelijke fiscale impact precies zal zijn.
En dan is er nog de juridische vraag die boven het volledige dossier hangt.
Omdat Belgische bestuurders volgens de Europese regels niet zomaar rechtstreeks kunnen worden gecompenseerd voor een wegenvignet, willen de gewesten die compensatie via de verkeersbelasting organiseren. Maar de hamvraag blijft of die constructie uiteindelijk ook de Europese juridische toets zal doorstaan.
Dat is geen detail.
Want zolang daar geen duidelijkheid over bestaat, blijft ook onzeker of het systeem zoals het vandaag wordt voorgesteld uiteindelijk standhoudt.
EV Belgium vraagt vandaag geen voorkeursbehandeling voor elektrische voertuigen. We pleiten evenmin voor een alternatief systeem. Dat is een politiek debat.
Maar we verwachten wél dat beleidsmakers een consequente koers varen.
Wie burgers en bedrijven jarenlang oproept om te investeren in emissievrije mobiliteit, kan zich niet veroorloven om bij elke nieuwe hervorming opnieuw een signaal te geven dat haaks staat op diezelfde ambitie.
Daarom blijven vandaag twee fundamentele vragen overeind.
Waarom bevat deze hervorming opnieuw geen duidelijk beleidsmatig signaal voor de meer dan een half miljoen Belgen die vandaag al elektrisch rijden?
En kan de overheid garanderen dat het voorgestelde systeem ook juridisch overeind blijft binnen het Europese kader?
Zolang die vragen onbeantwoord blijven, is het moeilijk om dit een uitgewerkt en coherent mobiliteitsbeleid te noemen.
Tegelijk is dit dossier nog niet afgerond. Integendeel.
De aangekondigde hervorming van de verkeersbelasting biedt de Vlaamse regering nog de kans om de fiscale behandeling van emissievrije mobiliteit coherent uit te werken. Vandaag kennen we de concrete modaliteiten nog niet. Net daarom is dit het moment om ervoor te zorgen dat de hervorming niet alleen budgettair klopt, maar ook aansluit bij de mobiliteits- en klimaatdoelstellingen die de overheid zelf heeft vastgelegd.
Ook de besteding van de inkomsten uit het wegenvignet verdient aandacht. Als overheden ervoor kiezen om weggebruikers extra te laten bijdragen, is het logisch dat een deel van die middelen opnieuw wordt geïnvesteerd in de mobiliteit van de toekomst. In Vlaanderen, maar zeker ook in Wallonië, waar de uitrol van publieke laadinfrastructuur nog een aanzienlijke versnelling kan gebruiken, kunnen dergelijke investeringen een tastbaar verschil maken.
Het wegenvignet hoeft dus geen gemiste kans te worden. Maar dan moet het deel uitmaken van een breder en consequent mobiliteitsbeleid. Een beleid dat niet alleen nieuwe heffingen invoert, maar ook duidelijk maakt welke mobiliteit we als samenleving willen stimuleren en hoe we die transitie ondersteunen.
Dat is uiteindelijk de kern van onze boodschap: niet het wegenvignet zelf, maar het ontbreken van een duidelijke langetermijnvisie op emissievrije mobiliteit baart ons zorgen. De komende uitwerking van de verkeersbelasting en de keuzes over de besteding van de opbrengsten bieden de beleidsmakers nog alle kansen om dat recht te zetten.
1 Een tarief van 125€ is van toepassing voor voertuigen ouder dan de Euro 3-norm. Dit betreft alleen maar 3% van het voertuigenpark.