Opinie: Elektrisch rijden is het enige sociaal mobiliteitsbeleid, goedkope benzine niet

Opinie: Elektrisch rijden is het enige sociaal mobiliteitsbeleid, goedkope benzine niet

Wie vandaag het hardst geraakt wordt door de hogere brandstofprijzen, heeft het meest te winnen bij elektrisch rijden.

Wanneer benzine opnieuw richting of over twee euro per liter gaat, klinkt de politieke reflex vertrouwd: verlaag de accijnzen, temper de pompprijs, maak benzine en diesel goedkoper. Begrijpelijk. Maar het is vandaag het verkeerde antwoord op een terechte bezorgdheid.  Wie vandaag het zwaarst onder hoge brandstofprijzen gebukt gaat, heeft namelijk ook het meeste te winnen bij de overstap naar elektrisch rijden. Niet bij een maatregel die fossiele brandstof voor iedereen goedkoper maakt, maar bij toegang tot een technologie die structureel minder kost om mee te rijden.

Onze rekeningtool maakt het verschil zichtbaar

Met onze EV Energie-Rekeningtool willen we zichtbaar maken wat klassieke TCO-berekeningen soms verbergen.

EV Belgium Energie-Rekentool

Niet: wat kost mijn wagen bij aankoop?
Wel: wat kost het mij iedere maand om ermee te rijden?

Eens de wagen voor de deur staat, maakt de manier waarop je laadt een enorm verschil. Wie thuis, op het werk of op de juiste momenten laadt, kan zijn energiekosten per kilometer sterk en gevoelig verlagen. Bovendien heeft deze besparing een duidelijke sociale impact.

Brandstofkosten wegen relatief veel zwaarder op het budget van iemand met een laag inkomen. Net die groep heeft dus relatief het meeste te winnen bij lagere energiekosten — op voorwaarde dat een elektrische wagen binnen bereik ligt en betaalbaar laden mogelijk is. En precies daar ligt vandaag de uitdaging.

Het goede nieuws is dat het aanbod snel verandert. Zowel bij nieuwe wagens als op de tweedehandsmarkt zijn vandaag steeds meer betaalbare elektrische modellen beschikbaar. Gelukkig is de prijspariteit tussen de meeste modellen sinds begin 2026 bereikt. En met de verdere daling van de prijs voor batterijen zal dit in het nieuwe aanbod verder dalen, ook de doorstroom van elektrische bedrijfswagens zal dat tweedehands aanbod de komende jaren alleen maar groter worden.

De vraag is dus niet langer alleen of betaalbare elektrische wagens bestaan, maar hoe we ervoor zorgen dat ook gezinnen met een lager inkomen er toegang toe krijgen — én vervolgens kunnen profiteren van de lagere gebruikskosten.

Nederlands onderzoek bevestigt het patroon

Recent onderzoek van TNO en de Universiteit Utrecht, gepubliceerd in ESB, maakt dat bijzonder tastbaar. Nederlandse huishoudens met lage inkomens geven gemiddeld ongeveer twee keer zoveel van hun inkomen uit aan brandstof als huishoudens met hoge inkomens. Voor lage inkomens die voor hun werk veel kilometers moeten rijden, kan dat aandeel oplopen tot 17,6 procent en voor de grootste kilometervreters zelfs tot ongeveer 30 procent van het inkomen.

Tegelijk blijkt een algemene verlaging van de brandstofaccijnzen bijzonder slecht gericht. Van de circa 1,7 miljard euro die Nederland jaarlijks uitgeeft aan lagere brandstofaccijnzen, komt volgens de onderzoekers amper 7 procent bij de laagste inkomensgroep terecht. Het Nederlandse voorbeeld toont bovendien dat goedkope benzine sociaal klinkt, maar een bijzonder duur instrument is om sociale problemen op te lossen. Bovendien verandert het niets aan de structurele afhankelijkheid van de volgende prijsschokken.

Frankrijk probeert het anders

Frankrijk koos alvast voor een andere aanpak en introduceerde leasing social: gezinnen met beperkte inkomens die voor hun werk afhankelijk zijn van een auto, krijgen toegang tot een elektrische wagen tegen een sterk verlaagd maandbedrag.

De belangstelling voor het programma was groot en Frankrijk heeft beslist ermee verder te gaan. Betekent dit dat België morgen het Franse systeem moet kopiëren? Zeker niet.

Ook sociale leasing kent beperkingen. De allerlaagste inkomens worden niet noodzakelijk het best bereikt, financiering blijft een uitdaging en wie thuis niet kan laden moet toegang hebben tot betaalbare publieke laadinfrastructuur. Maar de fransen stellen wél de juiste vraag: Hoe zorgen we ervoor dat de lagere gebruikskosten van elektrische mobiliteit ook toegankelijk worden voor mensen die de investering bij aankoop moeilijker kunnen dragen? Die vraag moeten we ook in België durven stellen.

De tweedehandsmarkt kan nog belangrijker worden

En daarvoor hoeven we niet uitsluitend naar nieuwe auto's te kijken, integendeel. De sterke elektrificatie van onze bedrijfswagenmarkt zorgt ervoor dat vandaag al, en de komende jaren steeds meer, elektrische wagens naar de tweedehandsmarkt doorstromen. Dat is een enorme kans.

Een betaalbare tweedehands elektrische wagen die een gezin vervolgens iedere maand laat besparen op zijn energierekening kan sociaal uiteindelijk veel relevanter zijn dan een eenmalige aankooppremie op een nieuwe wagen. Een gezonde tweedehandsmarkt, transparantie over batterijgezondheid, toegankelijke financiering en betaalbaar publiek laden zijn daarom minstens even belangrijk als steeds goedkopere wordende nieuwe modellen.

Wachten niet vanzelfsprekend beter

Een ander vaak gehoord argument luidt dat het ecologisch beter is om een bestaande benzinewagen gewoon volledig “op te rijden”. Nieuw onderzoek van de University of California nuanceert dat stevig. Onderzoekers Elliott Campbell en Roland Geyer analyseerden honderden benzine- en elektrische modellen over hun volledige levenscyclus. Zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de productie-uitstoot van een nieuwe elektrische wagen en zijn batterij, blijkt vroeger overschakelen in 92 procent van de onderzochte scenario's klimaatvriendelijker.

Dat betekent uiteraard niet dat we morgen alle bestaande auto's naar de schroothoop moeten sturen. Maar het ontkracht wel het idee dat het vanuit duurzaamheidsoogpunt per definitie beter is om de overstap zo lang mogelijk uit te stellen.

Goedkope olie maakt ons bovendien niet onafhankelijker

Daar komt nog een argument bij dat Europa vandaag opnieuw bijzonder hard voelt. Onze olie komt voor een overgroot deel van buiten Europa. Conflicten en spanningen rond onder meer de Straat van Hormuz vertalen zich daardoor rechtstreeks in onzekerheid op de internationale oliemarkt en uiteindelijk in onze prijs aan de pomp.

Een accijnsverlaging verandert daar fundamenteel niets aan. De overheid neemt tijdelijk een deel van de rekening over, maar de afhankelijkheid blijft bestaan. Groene elektriciteit kunnen we daarentegen in toenemende mate in Europa zelf opwekken, onder meer uit wind, zon, waterkracht en kernenergie.Elke kilometer die we elektrificeren vermindert dus niet alleen de uitstoot, maar ook onze blootstelling aan een internationale en vervuilende oliemarkt waar Europa weinig controle over heeft.

Niet de brandstof subsidiëren

Dat betekent niet dat gezinnen die vandaag geen alternatief hebben aan hun lot moeten worden overgelaten wanneer energieprijzen plotseling exploderen. Tijdelijke steun kan in uitzonderlijke omstandigheden nodig zijn. Maar structureel goedkopere benzine en diesel subsidiëren is geen toekomstgericht sociaal beleid. Als we publieke middelen inzetten, kunnen we beter nadenken over hoe we mensen helpen om van die afhankelijkheid af te raken. Via betaalbare nieuwe elektrische auto's, via een sterke tweedehands EV markt en dankzij een toegankelijke financiering. Misschien via vormen van sociale leasing. 

Voor EV Belgium moet niet ieder instrument voor iedereen werken. Maar de richting moet duidelijk zijn.

Wie het minste financiële ruimte heeft, kan zich vandaag vaak moeilijker de technologie veroorloven die hem daarna iedere maand geld kan besparen. Net daarom moeten we ervoor zorgen dat betaalbare elektrische mobiliteit — nieuw én tweedehands — voor steeds meer mensen bereikbaar wordt. En precies daarom hebben we bij EV Belgium onze EV Energie-Rekeningtool ontwikkeld. Om het debat niet alleen te voeren over aankoopprijzen, fiscale voordelen of theoretische TCO-berekeningen, maar zichtbaar te maken hoe de keuze voor elektrisch rijden nadien concreet kan betekenen voor het maandbudget van éénieder.

Want uiteindelijk is de beste sociale bescherming tegen een dure liter benzine niet een eeuwige subsidie op die liter. Maak zelf de rekening met de EV Energie-Rekeningtool van EV Belgium en ontdek wat elektrisch rijden voor uw maandelijkse energie- en brandstofkosten kan betekenen.

De beste sociale bescherming tegen een dure liter benzine is uiteindelijk niet een eeuwige subsidie op die liter. Het is ervoor zorgen dat steeds minder mensen deze nodig hebben.

--
Bronnen
en verdere lectuur

  1. EV Belgium — EV Energie-Rekeningtool:
    https://ev.be/nl/ev-energie-rekeningtool

  2. Transport & Environment. (2026, March 11). Electric car average price falls by €1,800 as carmakers release affordable models to meet EU target: Analysis. https://www.transportenvironment.org/articles/electric-car-average-price-falls-by-eur1-800-as-carmakers-release-affordable-models-to-meet-eu-target-analysis 

  3. Mulder, P., Van Tilburg, R. & Sterkenburg, R. (2026), “Lease-subsidie elektrische auto pakt vervoersarmoede gericht aan”, ESB:
    https://esb.nu/lease-subsidie-elektrische-auto-pakt-vervoersarmoede-gericht-aan/

  4. University of California, Santa Barbara (2026), over het onderzoek van Elliott Campbell en Roland Geyer naar het optimale moment om een benzinewagen door een EV te vervangen:
    https://news.ucsb.edu/2026/022737/thinking-about-trading-your-car-ev-theres-compelling-new-reason-do-it-now
    Onderliggende publicatie in Science, DOI: 10.1126/science.adv5441.

  5. Europese Commissie (2026), Research for Just Transition Policy Workshop II — “Social leasing schemes of electric cars: lessons from the French case two years on”, Arnaud Koehl, Ministère de la Transition écologique:
    https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/news/workshop-fair-climate-policies-highlights-carbon-pricing-and-solutions-2026-04-20_en