Persbericht – 20.000 extra laadpunten in 6 maanden tijd: Belgische laadpalensector zet ijzersterke groei voort in 2026
Elektrisch is tevens voor het eerst de bestverkochte motorisatie
Brussel, 9 juli 2026. – De Belgische laadpalensector kende opnieuw een eerste halfjaar met ijzersterke groei, ook in Wallonië. Eind juni waren er in ons land 126,045 publieke laadpunten voor elektrische voertuigen beschikbaar, een toename van bijna 20.000 laadpunten ten opzichte van eind 2025. Tegelijk werd in juni 2026 – mede dankzij de energiecrisis – de elektrische auto de bestverkochte motorisatie op de Belgische automarkt (38%)
De Belgische laadpalensector kende opnieuw een ijzersterke jaarhelft. Eind juni waren er in ons land 126.045 publieke laadpunten voor elektrische voertuigen beschikbaar, een toename van bijna 20.000 stuks of 20% ten opzichte van het begin van het jaar (106.677). Deze versnelde uitrol is essentieel om het stijgende aantal elektrische rijders optimaal te bedienen en neemt de laatste 'laadstress' definitief weg.
De infrastructuur beperkt zich bovendien allang niet meer tot de stedelijke kernen of de Vlaamse ruit, waarbij de groei zich steeds meer geografisch spreidt, en een landelijk dekkend netwerk een feit is. Wat opvalt is de inhaalbeweging in Wallonië, waar het netwerk van openbare laadpunten in vier jaar tijd is vertienvoudigd, waaronder inmiddels 2.353 snel- en ultrasnelladers.
"Net aan het begin van de vakantieperiode kunnen we gerust zeggen dat publieke laadpunten er voor iedereen zijn, overal in België — ook wie op reis is door het zuiden van het land, kan onderweg probleemloos laden", aldus Philippe Vangeel, directeur van sectorfederatie EV Belgium.
De groei bij publieke laadpalen gaat gepaard met sterke prestaties op de nieuwmarkt voor auto’s. In juni was het marktaandeel van elektrisch met maar liefst 38%, de bestverkochte motorisatie. Aanzienlijk meer dan benzine (31,9%), diesel (2,4%), hybrides (21%), en plug-in hybride voertuigen (5,6%).
“De dynamiek op beide markten, toont opnieuw aan dat zero-emissie mobiliteit een zekere maturiteit bereikt heeft”, zo gaat Vangeel verder. “Iets dat wij in samenwerking met de verschillende overheden verder steunen en uitbouwen.”
