Opinie: TCO in mobiliteit: wanneer “Total Cost of Ownership” ook “Total Cost of Oil” wordt
In discussies over de elektrificatie van mobiliteit valt vaak één begrip: TCO – Total Cost of Ownership. Bedrijven, fleetmanagers en transporteurs kijken steeds vaker naar deze totale kost om verschillende aandrijftechnologieën te vergelijken. Wat de voorbije jaren echter opnieuw duidelijk is geworden, is dat die TCO nog steeds sterk beïnvloed wordt door een factor die buiten de sector zelf ligt: de prijs van olie en gas. Elke geopolitieke crisis – van conflicten in het Midden-Oosten tot spanningen op wereldwijde energiemarkten – vertaalt zich vrijwel onmiddellijk in stijgende prijzen voor fossiele energie. De economische rekensom van mobiliteit verandert daardoor steeds vaker van de ene dag op de andere.
Elektrische voertuigen worden op zulke momenten niet plots goedkoper. Maar voertuigen die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen worden wel duurder in gebruik.
De verborgen volatiliteit van fossiele mobiliteit
Dit is een element dat in discussies over mobiliteitskosten soms onderbelicht blijft. Fossiele mobiliteit lijkt op korte termijn vaak voorspelbaar, maar in werkelijkheid is zij sterk afhankelijk van wereldwijde grondstoffenmarkten. Die markten zijn volatiel en gevoelig voor geopolitieke ontwikkelingen. Bedrijven die investeren in voertuigen met een levensduur van vijf tot tien jaar nemen dus impliciet ook een energieprijsrisico op zich.
Elektrische mobiliteit heeft dat risico in veel mindere mate. De prijs van elektriciteit kan uiteraard ook fluctueren, maar deze is steeds sterker verbonden met regionale energieproductie en een steeds groter aandeel hernieuwbare energie. Voor gebruikers met zonnepanelen wordt dat nog tastbaarder: een deel van hun mobiliteitskost is dan rechtstreeks gekoppeld aan lokaal opgewekte energie. Daarom zien we vandaag dat bij veel TCO-analyses de economische logica van elektrificatie sneller zichtbaar wordt dan enkele jaren geleden.
Dat wordt ook zichtbaar in vergelijkingen tussen aandrijftechnologieën: plug-in hybrides blijken in verschillende analyses niet noodzakelijk de economische tussenoplossing die vaak wordt verondersteld, en komen in Total Cost of Ownership regelmatig duurder uit dan hun volledig elektrische equivalent (zie bijvoorbeeld de aankoopprijs in de tabel hieronder).
Energie-onafhankelijkheid als economische factor
De discussie over mobiliteit is daarom niet alleen een klimaatdiscussie, maar ook een energie- en economische discussie. Elektrificatie van transport betekent immers ook een verschuiving van energie-import naar lokale energieproductie. Elektriciteit kan immers worden opgewekt uit een mix van bronnen: zon, wind, waterkracht, kernenergie of andere technologieën.
Voor Europa, dat historisch sterk afhankelijk is van ingevoerde fossiele brandstoffen, is dat een strategisch voordeel. Elke oliecrisis herinnert ons eraan hoe kwetsbaar die afhankelijkheid blijft.
Misschien moeten we dus ook spreken over TCO
Wanneer we vandaag over mobiliteitskosten spreken, kijken we terecht naar Total Cost of Ownership. Maar misschien is het ook nuttig om een tweede perspectief in gedachten te houden: de Total Cost of Oil.
Voor beleidsmakers betekent dit dat mobiliteit niet alleen een transport- of klimaatvraagstuk is, maar ook een energie- en economische vraagstuk.
Niet als vervanging van de klassieke TCO-analyse, maar als herinnering dat de economische realiteit van mobiliteit nog altijd sterk verbonden is met de prijs en beschikbaarheid van geïmporteerde fossiele energie. En precies daar ligt een van de belangrijkste economische argumenten voor de verdere elektrificatie van transport.
###
